Categorie archief: Financieel

Waarom betalen multinationals haast geen belastingen?

Zopas verscheen een uitgebreide wetenschappelijke studie over de belastingsstrategieën van multinationale ondernemingen (MNO’s).  Met hun titel, The Missing Profits of Nations, bekennen de auteurs (*1) kleur: elk miljard belasting dat deze bedrijven niet betalen is ten koste van het algemeen welzijn. Een andere aanwijzing dat deze onderzoekers zich terdege bewust zijn van de maatschappelijke functie van universitair onderzoek is dat ze al hun gegevens (paper, exceltabellen, programma’s, presentatie…)  ter beschikking stellen van het publiek.

(Door Herman Michiel, oorspronkelijk verschenen op Ander Europa)

Om maar meteen één van hun bevindingen te vermelden: in de Europese Unie wordt ongeveer 20% van de door buitenlandse MNO’s verschuldigde belasting (*2) niet betaald, wat neerkomt op ongeveer 100 miljard  € ; dit is maar iets minder dan de totale jaarlijkse begroting van de Europese Unie!!

Maar belangrijker nog dan nieuw cijfermateriaal is de kritische aanpak van de onderzoekers bij de vraag: waarom betalen MNO’s steeds minder belastingen? Dat laatste betwijfelt niemand; tussen 1985 en 2018 daalde wereldwijd de gemiddelde wettelijke aanslagvoet voor bedrijven van 49% naar 24%; in de Verenigde Staten verminderde ‘populist’ Trump die aanslagvoet in 2018 van 35% naar 21% …
Waarom daalt de belasting op bedrijven? Hierover schrijven de auteurs het volgende:

“De standaard-uitleg is dat landen door de globalisering in een hardere concurrentiestrijd gewikkeld zijn voor productief kapitaal, en daarom de bedrijfsbelasting verlagen. Daardoor trekken ze meer machines, fabrieken en uitrusting aan, wat de productiviteit van de arbeid verhoogt en de lonen laat stijgen. De wereldwijde economische integratie heeft de localisering van kapitaalinvesteringen gevoeliger gemaakt voor verschillen in belastingen, wat tot een meer perfecte concurrentie tussen naties leidde.”

Maar, vragen de auteurs zich af,  is deze visie op globalisering en verandering in fiscale politiek ook empirisch vast te stellen?  Hun antwoord:

Our simple answer is “no.” Machines don’t move to low-tax places; paper profits do. By our estimates, close to 40% of multinational profits are artificially shifted to tax havens in 2015. This tax avoidance and the failure to curb it are the main reason why corporate tax rates are falling globally—not tax competition for productive
capital.

Overheden verlagen dus de belastingen op bedrijven en hebben allerlei speciale regelingen om buitenlands kapitaal aan te trekken,

 » Lees verder

https://apokalypsnu.nl/2018/06/17/waarom-betalen-multinationals-haast-geen-belastingen/

Multinationals betalen haast geen belasting, waarom ?

Zopas verscheen een uitgebreide wetenschappelijke studie over de belastingsstrategieën van multinationale ondernemingen (MNO’s).  Met hun titel, The Missing Profits of Nations, bekennen de auteurs (*1) kleur: elk miljard belasting dat deze bedrijven niet betalen is ten koste van het algemeen welzijn. Een andere aanwijzing dat deze onderzoekers zich terdege bewust zijn van de maatschappelijke functie van universitair onderzoek is dat ze al hun gegevens (paper, exceltabellen, programma’s, presentatie…)  ter beschikking stellen van het publiek (zie hier).

(Door Herman Michiel, oorspronkelijk verschenen op Ander Europa)

 

Om maar meteen één van hun bevindingen te vermelden: in de Europese Unie wordt ongeveer 20% van de door buitenlandse MNO’s verschuldigde belasting (*2) niet betaald, wat neerkomt op ongeveer 100 miljard  € ; dit is maar iets minder dan de totale jaarlijkse begroting van de Europese Unie!!

Maar belangrijker nog dan nieuw cijfermateriaal is de kritische aanpak van de onderzoekers bij de vraag: waarom betalen MNO’s steeds minder belastingen? Dat laatste betwijfelt niemand; tussen 1985 en 2018 daalde wereldwijd de gemiddelde wettelijke aanslagvoet voor bedrijven van 49% naar 24%; in de Verenigde Staten verminderde ‘populist’ Trump die aanslagvoet in 2018 van 35% naar 21% …
Waarom daalt de belasting op bedrijven? Hierover schrijven de auteurs het volgende:

“De standaard-uitleg is dat landen door de globalisering in een hardere concurrentiestrijd gewikkeld zijn voor productief kapitaal, en daarom de bedrijfsbelasting verlagen. Daardoor trekken ze meer machines, fabrieken en uitrusting aan, wat de productiviteit van de arbeid verhoogt en de lonen laat stijgen. De wereldwijde economische integratie heeft de localisering van kapitaalinvesteringen gevoeliger gemaakt voor verschillen in belastingen, wat tot een meer perfecte concurrentie tussen naties leidde.”

Maar, vragen de auteurs zich af,  is deze visie op globalisering en verandering in fiscale politiek ook empirisch vast te stellen?  Hun antwoord:

Our simple answer is “no.” Machines don’t move to low-tax places; paper profits do. By our estimates, close to 40% of multinational profits are artificially shifted to tax havens in 2015. This tax avoidance and the failure to curb it are the main reason why corporate tax rates are falling globally—not tax competition for productive
capital.

Overheden verlagen dus de belastingen op bedrijven en hebben allerlei speciale regelingen om buitenlands kapitaal aan te trekken, waar natuurlijk geen enkele multinational bezwaar tegen heeft. Maar de grote belastingsverdwijntruc  bestaat niet in het verplaatsen van de productie, maar van de winst; geen zware machines moeten verhuisd worden, alleen bits en bytes. Een van de standaard-verdwijntrucs is het manipuleren van de ‘transfer pricing’. Coca Cola produceert bv. in Frankrijk (relatief hoge belastingsvoet) maar verkoopt het product aan zeer lage prijs (weinig belasting dus) aan een vestiging van Coca Cola (die niet zo veel hoeft voor te stellen) in Ierland (zeer lage belastingsvoet). Resultaat: drastische verlaging van de effectieve belasting. Naast Ierland worden voor Europa in de studie ook Luxemburg, Nederland  en  Zwitserland vermeld als belastingsparadijzen, met België als twijfelgeval (“slechts” 13 miljard € getransfereerd in 2015).

Men komt dan in het lagebelastingland weliswaar tot totaal ongeloofwaardige cijfers van winsten in verhouding tot lonen, zoals de onderstaande grafiek (uit deze studie) laat zien, maar blijkbaar laten overheden zich graag bedriegen.

In The Missing Profits of Nations, wordt verder ingegaan op de redenen waarom overheden de eigenlijke belastingsparadijzen niet of weinig aanpakken. Een schat aan gegevens en inzichten, die een ander verhaal laten horen dan “de helaasheid van de globalisering”; een overheid die het probleem wil aanpakken is helemaal niet zo onmachtig als nu beweerd wordt. (hm)

Noten:

(*1) Thomas Tørsløv en Ludvig Wier (beide Universiteit van Kopenhagen) en Gabriel Zucman (UC Berkeley en NBER)

(*2) Let wel dat het hier alleen gaat over de belasting op winsten van vestigingen van buitenlandse bedrijven; deze winsten zijn maar een fractie (ca. 15%) van de globale bedrijfswinsten, en de ontlopen belastingen waarvan hier sprake ook maar een deel van het totaal aan ontdoken en ontweken belastingen. Zo valt het ‘vrijwillig’ verlies van 7 miljard € voor de Nederlandse schatkist, zoals onlangs gemeld in de Nederlandse media in verband met het Nederlandse Shell buiten het bestek van dit onderzoek, want Royall Dutch Shell is een Nederlands bedrijf.

Bron:https://www.globalinfo.nl/Recensies-enzo/waarom-betalen-multinationals-haast-geen-belastingen

Lees verder Multinationals betalen haast geen belasting, waarom ?

basisinkomen experiment Finland is een succes: deelnemers zijn minder gestrest en meer gemotiveerd ✅

Finland experimenteert sinds vijf maanden met het basisinkomen. Deelnemers zien nu al veel voordelen: ze hebben minder stress, een grotere prikkel om werk te vinden en meer tijd om een eigen bedrijf op te starten.

Het is het grootste experiment van Europa. Tweeduizend Finnen krijgen twee jaar lang 560 euro per maand. Deelnemers hoeven niet aan te tonen dat ze werk zoeken en ze hoeven ook geen bewijs aan te leveren dat ze de uitkering nog nodig hebben. Ze kunnen het geld naar eigen inzicht uitgeven.

Als werklozen werk vinden mogen ze het basisinkomen houden, zodat het nut heeft om te gaan werken, zelfs voor een beperkt aantal uren. De centrum-rechtse regering van Finland hoopt zo het werkloosheidsprobleem in het land op te lossen.

De werkloze vader Juha Jarvinen is een van de tweeduizend deelnemers. Hij vertelt The Economist dat hij nu veel meer gemotiveerd is om werk te zoeken dan toen hij nog een gewone werkloosheidsuitkering kreeg. Eerder kreeg hij wel parttime functies aangeboden, maar daarmee zou hij zijn uitkering verliezen en er op achteruit gaan. “Dat is bizar, dus niemand zal een beetje werk aannemen”, zegt hij.

Jarvinen is nu bezig met een eigen bedrijf en voelt zich veel minder gestrest. Hij is blij dat hij niet meer mee hoeft te doen aan het toneelstukje van formulieren invullen en sollicitatiegesprekken voeren voor kansloze banen. Maar niet iedereen is het met hem eens. De grootste vakbond SAK, waarvan een vijfde van alle Finnen lid is, noemt het basisinkomen “onmogelijk duur” en stelt dat het overheidstekort met vijf procent van het bnp zal toenemen.

 

Vond je dit artikel interessant ? Deel het dan of plaats het op je eigen blog of andere socialmedia kanalen.

 

Bron: Fins experiment basisinkomen succes: deelnemers zijn minder gestrest en meer gemotiveerd | Wel.nl

De geheime bank die de wereld runt , BIS Bank ✅

De missie van de BIS

In 1925, jaren voordat de oprichting van de Bank for International Settlements een feit was, verklaarde Montagu Norman, president van de Bank of England: ‘Ik hoop zeer dat wij de komende zomer een private en exclusieve ‘centrale bankiersclub’ mogen verwelkomen. Een ‘club’ die in de aanvang klein is en groot in de toekomst.’ Dit idee leefde niet alleen bij Montagu Norman. Hij deelde dit met zijn collega’s Benjamin Strong, directeur van de Federal Reserve en Hjalmar Schacht, directeur van de Reichsbank. Schacht werd Reichsbank directeur tijdens de Weimar republiek in Duitsland en bleef dit onder Hitler tot 1939. Hij wordt gezien als de man die Hitlers oorlogsmachine financierde. Montagu Norman was president van de Bank of England van 1920-1944. In zijn tijd werd hij beschouwd als een van de machtigste mensen in de financiële wereld. Benjamin Strong was van 1914 tot 1928, het jaar waarin hij overleed directeur van de Federal Reserve. Tekenend voor de invloed van dit drietal is, wat Eustace Mullins over een geheim overleg in 1927 schrijft. In de hoorzitting die in 1931 in de Amerikaanse senaat werd gehouden –beschreven in ‘Secrets of the Federal Reserve’ van Eustace Mullins- vanwege het onderzoek naar de oorzaken van de Grote Depressie, wees alles erop dat de drie: Schacht, Norman en Strong hierin een zware verantwoordelijkheid hadden. Overdracht door de VS van goud aan Europa en verlaging van de Amerikaanse rente, tegen de markt in, na een geheim overleg tussen de heren, hadden een enorm boom-bust effect tot gevolg (niets nieuws onder de zon).  Met als gevolg het uitbreken van de economische depressie.

bis bank 6
In 1930 kregen Norman en Schacht hun zin: om de betaling van de oorlogsschulden van Duitsland aan de geallieerden te regelen werd de Bank for International Settlements (BIS) opgericht. McGarrah, de eerste voorzitter van het bestuur van de BIS onthulde echter de werkelijke missie van de BIS in Nation’s Business Magazine (1931): ‘De Bank staat compleet los van welke staats- of politieke bemoeienis dan ook. Voor overheidsfunctionarissen is er geen plaats in de directie. De bank is apolitiek. De bedrijfsvoering is opgezet op een commerciële en financiële basis. Overheden hebben geen invloed op en geen enkele verbintenis met het bestuur’. Het wekt daarom geen verbazing dat de BIS niet werd opgeheven toen er in 1931 een eind kwam aan de Duitse herstelbetalingen.

Aandeelhouders en zeggenschap

De oprichters van het eerste uur waren de Nationale Bank van België, Banque de France, Banca d’Italia, Reichsbank , drie Amerikaanse private banken (t.w. J.P. Morgan, the First National Bank of New York en the First National Bank of Chicago) en een consortium van Japanse private investeerders. Elk van de participanten kreeg per deelnemend land een gelijk aantal aandelen. Het is belangrijk om te weten dat alle genoemde centrale banken in die tijd in private handen waren. Er was niets ‘nationaal’ of ‘publiek’ aan de centrale banken. Het waren gewoon private banken met private aandeelhouders waaraan een monopoliepositie was toegekend. De oprichters van de BIS Bank handelden dus namens de aandeelhouders en de bank was daarom vanaf de oprichting een private onderneming. Na de oorlog werd een aantal, echter niet alle, centrale banken genationaliseerd, zoals de Bank of England en De Nederlandse Bank. Het is tot de dag van vandaag echter nog onduidelijk onder welke voorwaarden de private aandeelhouders van de genationaliseerde centrale banken hun positie hebben opgegeven. Het is niet nodig om aandelen te hebben, om toch in ‘side letters’ afspraken te maken waarin zeggenschap is geregeld.BIS bank 12

De Nederlandse Staat het voor het zeggen binnen De Nederlandse Bank sinds 1948, maar na de oprichting van de Europese Centrale Bank (ECB) in 1998, is deze zeggenschap slechts formeel. Als de Tweede Kamer vragen stelt over De Nederlandse Bank, dan wijst de Minister van Financiën op de afspraak dat het parlement zich niet mag bemoeien met het beleid van de ECB, dus ook niet met dat van filiaal De Nederlandse Bank. Dit bleek onder meer uit de reactie van Dijsselbloem op kamervragen, die werden gesteld naar aanleiding van de kwantitatieve geldverruimingspolitiek van de Europese Centrale Bank.

A member of a private security company stands beside a sign in front of the Bank For International Settlements (BIS) in Basel November 8, 2010. REUTERS/Arnd Wiegmann

Het is een onbeantwoorde vraag wat er gebeurde met de aandelen van de participanten van het eerste uur. Volgens Washington’s Blog stonden in april 2007 86% van de aandelen in de BIS geregistreerd op naam van de deelnemende centrale banken en werd 14% van de aandelen gehouden door private aandeelhouders. Vier jaar eerder, op 22 september 2003 publiceerde de BIS echter het bericht dat de aandelen van de private aandeelhouders verplicht zouden worden ingekocht. Omdat de BIS een besloten vennootschap is, kan het aandeelhoudersregister niet vrij worden geraadpleegd en moeten we het doen met de –eenzijdige- informatie. De Fed New York merkt op dat de private aandeelhouders geen stemrecht hadden (hebben), dit in tegenstelling tot de nu inmiddels 60 centrale banken die zijn toegetreden tot de BIS.

Op Washington’s blog van september 2011 staat in het artikel The World’s biggest central bank has private shareholders‘: “Het kan wel of niet waar zijn dat de private aandeelhouders geen stemrecht hebben. Maar eigenlijk is het niet van belang. Het is immers een bekend feit, dat machtige superrijken informeel hun invloed uitoefenen door gebruik te maken van stromannen. Daarom is het feit dat er private aandeelhouders zijn eigenlijk veel interessanter dan het antwoord op de vraag of ze al dan niet directe invloed uitoefenen.” Bovendien, waarom legt de BIS zoveel nadruk op de inkoop van private aandelen teneinde de private zeggenschap in de BIS terug te dringen, als de private aandeelhouders al geen stemrecht hadden. Het klinkt enigszins als een omgekeerde bewijslast.

De nazi connectie van de BIS

BIS Bank 9Adam Lebor schrijft in het hoofdstuk ‘The Second Tower’ van de ‘Tower of Basel’ dat de ECB is opgericht volgens de architectuur van de BIS Bank.  Niet alleen geldt dit voor de ECB, de BIS is volgens Lebor ook ten nauwste betrokken (geweest) bij Europese samenwerking c.q. eenwording. Hij plaatst in het genoemde hoofdstuk ‘The Second Tower’ de opmerking: ‘de ongemakkelijke, onuitgesproken waarheid is dat er opmerkelijke parallellen zitten tussen de plannen van de nazi’s voor de naoorlogse Europese economie en het proces van Europese monetaire en economische samenwerking zoals dat zich heeft ontwikkeld. De BIS loopt al een rode draad door beide ontwikkelingen. Directeur Puhl van de BIS (nazi) beschreef de bank als het enige echte buitenlandse filiaal van de Reichsbank, omdat het in de nazitijd het cruciale verbindingspunt was met het internationale financiële netwerk. Deze verbindingen overleefden WOII.’ De nazi invloed binnen de BIS voor en tijdens WO II  is door Charles Higham in ‘Trading with The Enemy’ met veel feiten aangetoond. Ook dat het fascisme niet beperkt was tot Duitsland en dat vooral bij de Amerikaanse en andere West- Europese grootbanken en multinationals sterke nazi sympathieën leefden. Over de naoorlogse verbinding tussen het fascisme en de EU zijn publicaties beschikbaar, zoals in de ‘Nazi-roots of the Brussels EU’ en het ‘factie’ boek van Adam Lebor ‘The Budapest Protocol’, dat hij geïnspireerd door het ‘Red House Report’ schreef. Als architect van de financiële organisatie van de EU is de voortgaande fascistische verbinding van de BIS waarschijnlijk, maar tot op heden niet overtuigend aangetoond.

bis bank 5De BIS opereert achter het IMF als een ‘dark horse’ en is selectief in wat er wel en wat niet gepubliceerd wordt. Over het oorlogsverleden van de bank wordt bijvoorbeeld op de site van de BIS een behoorlijke mate van openheid van zaken gegeven. Over de verbinding met het ‘netwerk’ zoals Quigley het noemt of over ‘de broederschap’ zoals Charles Higham schrijft, of met de ‘Deep State’, zoals de club ook vaak wordt genoemd, publiceert de BIS niets, zich beroepend op geheimhouding en immuniteit.

De mening over de BIS van een insider

In zijn boek ‘Tragedy and Hope: A History of the World in Our Time’ (1966), gaf dr. Carrol Quigley de sleutelrol weer die de BIS na WOII achter de schermen speelde in de financiële wereld. Dr. Quigley was hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Georgetown. Ook wist hij als insider wat er omging binnen de kring van “internationale bankiers”.

Twee quotes over de BIS uit Tragedy and Hope:

“Ik heb kennis van de werking van dit netwerk omdat ik haar twintig jaar lang heb bestudeerd en ik gedurende twee jaar begin jaren ‘60 in de gelegenheid ben geweest om de geheime verslagen en documenten te bestuderen. Ik heb geen enkele aversie naar het netwerk toe en evenmin naar de meeste van hun doelstellingen, maar mijn grootste bezwaar is dat de betrokkenen bij het netwerk anoniem willen blijven en dat ze hun doelstellingen niet openbaar willen maken, hoewel hun rol in de geschiedenis van dermate grote invloed is, dat dit wel het geval zou moeten zijn.”

en:

“De krachten achter het financiële stelsel hebben nog een ander, verreikend doel, niets minder dan een wereldorde te creëren op basis van een in private handen zijnde wereldwijde financiële controle. Zo wil men het politiek systeem van elk land afzonderlijk controleren alsmede de gehele wereldeconomie. Het systeem zal op een feodale manier worden gestructureerd via ‘s werelds samenwerkende centrale banken door middel van in het geheim gesloten akkoorden. De hoofdzetel en het anker van dit systeem is de BIS in Bazel Zwitserland. Deze bank is in private handen en wordt gecontroleerd door banken die op hun beurt in private handen zijn.”

BIS bank 10

De sleutel van het succes van de BIS zit er volgens dr.Quigley in, dat “de internationale bankiers -vergaderd in de BIS- het geldsysteem van alle landen controleren en manipuleren en tegelijkertijd de schijn ophouden dat de controle bij de regering ligt.” Mervyn King ex president Bank of England en voorzitter van meerdere BIS comités gaf in een interview met auteur en journalist Adam Lebor in 2013 aan dat er geen besluiten worden genomen in Bazel: “Het is overdreven om te zeggen dat wij in Bazel politiek maken. Dit is voorbehouden aan de nationale centrale banken. De BIS vergaderingen zorgen ervoor dat wij beter zijn geïnformeerd.” Een praatclub van nette heren in streepjespakken, dus. BIS secretaris-generaal Peter Dittus zei in een interview met Der Spiegel in 2009 echter: “Onze kracht is dat we geen wetgevende macht hebben. Onze bijeenkomsten zijn niet gericht op besluitvorming. Het gaat om het uitwisselen van visies. Deze visies vinden hun verdere weg in de wereld op een subtielere manier, door een proces dat zou kunnen worden vergeleken met osmose” Met osmose bedoelde Dittus dat de informatie zo wordt gedoseerd dat doordringt wat moet doordringen in de hoofden van de spelers in de financiële wereld en via hen in die van de politiek.

Immuniteit en geheimhouding, waarom?

In 1987 werd het Headquarters Agreement getekend tussen de Swiss Federal Council en de BIS Bank.

Enkele kernpunten uit het akkoord:

  • Verregaande immuniteit voor de bank en voor het personeel, onschendbaarheid, vrijstelling van belastingen.
  • Medewerkers kunnen niet worden vervolgd voor handelingen die zijn verricht in het kader van de uitvoering van hun taak.
    Het gebouw en de archieven zijn niet toegankelijk voor de Zwitserse autoriteit.
  • Medewerkers, bestuurders van aangesloten centrale banken officiële genodigden genieten een met diplomaten vergelijkbare status, zo ook de papieren die zij in hun bagage hebben.
  • Er worden geen openbare verslagen gemaakt van de vergaderingen.
  • Er is geen democratische, parlementaire controle mogelijk.

Alles wat binnen besproken wordt is strikt vertrouwelijk. Transparantie komt niet in het BIS woordenboek voor. Niets wordt verwerpelijker geacht dan een indiscrete bankier.’ (Der Spiegel 2009)

“De heren BIS-bankiers hebben zichzelf volledig ingedekt. Nog sterker, ze mogen te allen tijde met hun gezin naar Zwitserland vluchten waar niemand hen voor de rechter kan slepen als vergelding voor het opblazen van het financiële systeem”

Willem Middelkoop

Er zijn zestig centrale banken lid van de BIS, inclusief die van Brazilië, Rusland, India, China en Zuid Afrika, de BRICS landen.

Wat is de rol van de BIS Bank?

De BIS is vergelijkbaar met een Chinese doos. Als je een la opentrekt dan zie je maar een deel van de inhoud ervan.

De delen zijn door hoge muren van elkaar gescheiden, waardoor de functionaris die de statistische informatie verzorgt, niets weet van wat er in de vergadering van de centrale bankiers wordt besproken. Ook werkt de BIS met spin-offs. Comités en commissies met een eigen structuur en organisatie, zoals het Bazel Comité voor supervisie van banken, waarvan Wellink jaren voorzitter is geweest en die Bazel I, II en III heeft geproduceerd als regelgeving waaraan de commerciële banken over de hele wereld zich dienen te houden. Verder is er het ‘Markten Comité’, waarheen de goudpool is verhuisd nadat het jarenlang onder regie van N.M. Rothschild & Sons in Londen was gecentreerd en sinds 2013 het ‘Financial Stability Board’, dat een grote rol speelt bij het ontwikkelen van de nieuwe orde, waarin het wereld financiële stelsel nadat het volgens verwachting zal zijn gecrasht op een nieuwe manier vorm zal worden gegeven met dezelfde bazen maar met andere regels en praktijken.

Bis Bank 7

De SDR (Special Drawing Rights), het ‘mandje’ van de belangrijkste wereldmunten: de Amerikaanse dollar, De Chinese renminbi, de Japanse yen, het Britse pond en de Europese euro, zal op het juiste moment worden verheven tot nieuwe wereldmunt, zoals dat met de voorloper van de euro, de ecu het geval is geweest. In oktober 2016 vond er een herschikking plaats van het mandje. De renminbi trad toe en de percentages van de euro, het pond en de yen namen af – de dollar een beetje-. Deze herschikking is een prelude op de situatie, waarin China een grote rol gaat spelen in de nieuwe orde. Vriend en vijand is het erover eens dat de Amerikaanse era van alleenheerschappij van de dollar aan zijn einde komt. Officieel gaat het IMF over de SDR. De werkelijkheid is dat de SDR een product is van de BIS en dat deze bank de steun heeft van zestig centrale banken (alle aandeelhouders van de BIS), waaronder China, Rusland, India en Brazilië (BRICS landen) en de Verenigde Staten (met zowel de Fed New York als de Federal Reserve als participanten, waarmee het het enige land is dat een dubbele deelname heeft). De bewering dat de BIS op Europa is gericht is nogal misleidend; het is de bank van de centrale bankiers, wereldwijd.

De balans en de verlies en winstrekening van de BIS Bank worden gepresenteerd in SDR. Op de balans per 31 maart 2016 stond een eigen vermogen van de BIS Bank van SDR 18,4 miljard en een balanstotaal van SDR 231 miljard, voor een bank een voorbeeldig eigen vermogen met 8% van het balanstotaal. De BIS had voor een geldwaarde van SDR 9,8 miljard aan goud in bezit en SDR 10 miljard aan goud deposito’s in bewaring van klanten. Klanten zijn hoofdzakelijk centrale banken, op de balans staan echter ook leningen aan landen en staatsobligaties.

‘Twee jaar geleden ontmoette ik in Sevilla een jonge Spaanse bankier. We raakte aan de praat over het corrupte financiële systeem . Ik zei dat we de FED moesten afschaffen omdat het maffia is. Hij zei dat hij in Basel werkte bij de BIS, dat is het hoofdkantoor van de maffia zo zei hij, ik kende de BIS toen nog onvoldoende. Nu weet ik waarover hij sprak.’

Hans Bakker

Onderzoeksjournalist Epstein in Harper’s magazine ‘Ruling the World of Money’ (november 1983). Hij was de eerste journalist, die een tipje van de sluier over deze bank optilde. Epstein trok drie hoofdconclusies uit zijn onderzoek:

  1. het hechte ‘geloof’ dat centrale banken los van hun overheid moeten werken.
  2. laat de politiek niet beslissen over de toekomst van het financiële stelsel
  3. als een van de centrale banken in de problemen raakt, dan moet door de anderen worden ingegrepen

BIS Bank 11

De BIS wordt niet zonder reden ‘het financiële Vaticaan genoemd. De BIS is geworden wat Montagu Norman al in de 20er jaren voor ogen had, al dan niet daartoe geïnspireerd door de belangrijkste aandeelhouder van de Bank of England (Rothschild). Norman was van 1920-1944 president van de Bank of England. Hij gold in zijn tijd als een van  werelds meest invloedrijke personen en de Bank of England was in zijn tijd nog een hoofdrolspeler in de wereld van het geld. De BIS heeft zich volgens de wens van Norman, Schacht en Strong ontwikkeld tot ‘de hoofdzetel en het anker van het financiële systeem’. Zorgvuldig beschermd tegen ongewenste bemoeienis.

BIS-bank 12Gelet op de enorme inkomens- en vermogensongelijkheid in de wereld van vandaag, de massale belastingontduiking van de superrijken, de 1:1 relatie tussen geld en macht en de rol die deze bank op het financiële wereldtoneel speelt, kan worden vastgesteld dat de BIS Bank geen belangstelling heeft voor het welzijn van alle wereldburgers maar slechts voor die van enkelen. Aan de vruchten herken je de boom.

© Ad Broere, econoom en auteur van ‘Geld komt uit het Niets’ en ‘Ending the Global Casino’, redactie Ivo Valkenburg

Voor onderzoeksjournalistiek is tijd, kennis, vakmanschap en geld nodig. De eerste drie kan Coöperatie De Vrije Media leveren, voor het laatste -geld – hebben we jou nodig. Als je lid wilt worden, dan help je ons daarmee. Als je wilt doneren dan zijn we er ook mee geholpen. 

Vond je dit artikel interessant ? Deel het dan of plaats het op je eigen blog of andere socialmedia kanalen.

Bron: BIS Bank, de geheime bank die de wereld runt – DVM

Je verdient genoeg, maar je bankpas zegt nee ✅

Afbeeldingsresultaat voor pinpas

Moord! Brand! De vlag van Europa staat niet langer op ons geld. Die is vervangen door het logo van ABN Amro en American Express. Hebt u het niet gezien? Is het u niet opgevallen? Vreemd. Het lijkt trouwens niemand op te vallen, daarom schreeuw ik in persona moord en brand. Was ik maar een populist, dan leidde ik een volksoproer.

Laat ik voor het gemak beginnen bij Ebele Wybenga, die dit weekend in Het Blad bij de NRC schreef over een poging zijn croissants met munten te betalen. Uit veiligheidsoverwegingen nam de bakker niet langer baar geld aan. Alsof bankbetalingen zo veilig zijn, wierp Wybenga in gedachten aan de bakker tegen. En voor de klant is het allemaal geen vooruitgang, dit betalen via de bank. Je bent als klant „steeds minder meester” over je betaalgedrag. Je laat een dataspoor achter dat misbruikt kan worden en je weet niet waar je virtuele geld uithangt.

Deze croissantoverpeinzing van Wybenga zou ik graag aanvullen met een Coca-Cola-overpeinzing van financieel journalist Brett Scott. Die was dit jaar in Nederland op bezoek bij de universiteit van Delft en wilde Coca-Cola kopen bij een automaat. Maar die accepteerde alleen cards. En niet de zijne. „Not all cards are created equal”, schreef Scott. Je zou denken dat zo’n automaat een simpele overeenkomst als koop wel kon regelen. „Waarom gaat deze vervloekte machine dit contract dan niet met me aan?”, gromde Scott. Je wilt Cola, je hebt geld, maar je kunt niet met je geld betalen.

Laat ik als derde overpeinzing dan mijn eigen observatie nog eens herhalen dat we niet langer betalen met geld waarop het symbool van de Europese Unie staat, maar met passen en kaarten vol logo’s van bedrijven. De vlag van Europa is vervangen door de vlag van Visa: dat is toch opzienbarend? Ons oude geld was publiek geld en, zoals Scott zegt, in principe „open access”. Je kon alles en iedereen ermee betalen. Het nieuwe geld is privaat. Het maakt je bij iedere aankoop afhankelijk van toestemming door bedrijven.

Dat die bedrijven een oorlog zijn begonnen tegen publiek geld is dus niet zo verrassend. Ze willen samen met staten binnenkort de hele wereld ontcashen. Het aantal pinautomaten wordt teruggedrongen, grote bankbiljetten worden afgeschaft en contante betalingen bemoeilijkt. IMF-econoom Alexei Kireyev heeft onlangs een paper geschreven waarin hij landen adviseert hoe snel te ontcashen zonder het publiek wakker te maken. The Macroeconomics of De-Cashing heet het en Kireyev benadrukt erin dat de private en publieke sector vooral moeten samenspannen tegen de burger.

In plaats van staatsmunten komt er dan alleen nog privaat geld: onze bankrekening. Dat is eigenlijk geen geld, maar een soort puntensysteem in bezit van private partijen die voor het gebruik een beloning vragen. Vragen ze te veel, dan kun je in een cashloze wereld niet meer van ze af, want je kunt je krediet niet meer omzetten in munten en biljetten. En intussen ben je voor het gebruik van dat krediet afhankelijk van ze geworden. Je hebt genoeg verdiend, je wilt Cola, maar je bankpas zegt nee. Je hebt krediet, maar je krijgt er geen bier meer voor, geen kritische boeken, geen politiek onwenselijk ticket naar Turkije.

Vanzelfsprekend luidt de belofte van de ontcashers dat we er allemaal beter van worden. Vooral de armen natuurlijk. De rijken beweren altijd dat de armen profiteren. Maar hoe? Geef ik vandaag een paar euro aan de daklozenkrantverkoper, dan kan die daarmee iets anders kopen. Wriemelen de grote private partijen zich morgen met hun pasjes tussen mij en mijn daklozenkrantverkoper, dan blijft er van die euro’s vanzelf weinig over. De armen en cashloosheid: je ziet niet meteen hoe dat een heilzame combinatie is.

Het boeiendst is de vraag waarom overheden af willen van het staatsgeld, en waarom ze hun taak binnenkort overdoen aan bedrijven. Critici van de ontwikkeling wijzen op overheidscontrole: de ontcashing biedt overheden en banken greep op je hele leven. Daarmee krijgen ze invloed op je gedrag en kunnen ze je dirigeren via je bankrekening. Dat is zo, maar dat is alleen zo omdat staten hun invloed op de burgers kennelijk volledig willen gaan uitoefenen via de datastromen van banken en bedrijven. Als dat geen lugubere nieuwe verhouding is!

Hoera, zeggen de media deze dagen. Hoera, de globalisering heeft gewonnen van het openlijk enge nationalisme in Frankrijk. Hoera voor de vrije handel, hoera voor de markt. Ja, ja, juich maar niet te vroeg, zeg ik. De volgende keer dat u uw boodschappen niet betaalt met de Spaanse koning of de Duitse adelaar, maar met het logo van de ING, zou ik toch eens wat langer naar dat globaliseringslogo kijken.

Maxim Februari is jurist en columnist.
Vond je dit artikel interessant ? Deel het dan of plaats het op je eigen blog of andere socialmedia kanalen.

Bron: Je verdient genoeg, maar je bankpas zegt nee – NRC

Na 30 jaar loopt je aflossingsvrije hypotheek af. En dan? Dan heb je een probleem ✅

Een aflossingsvrije hypotheek leek een jaar of vijftien geleden zo aantrekkelijk: de lasten bleven lekker laag en de bank vond toen alles nog best. Maar na dertig jaar loopt de hypotheek af en blijft de schuld over. En dan hebben veel mensen een probleem. Elsevier legt uit hoe het zit.

Vergissing
Zo’n miljoen huishoudens in Nederland hebben een geheel aflossingsvrije hypotheek. “Aflossingsvrij is geïnterpreteerd als dat je nooit hoeft af te lossen, maar dat is een grote vergissing,” zegt Rick Wassenaar (49), onafhankelijk financieel planner en oprichter van Mijngeldzaken.nl tegen het opinieblad. “Veel hypotheken hebben een einddatum na dertig jaar. Ik heb meegemaakt dat een bank een halfjaar voor het aflopen van de hypotheek zegt: we krijgen 300.000 euro van u. Als je dat geld niet hebt, heeft de bank het recht om te zeggen: dan verkoop je je huis maar.”

Hogere maandlasten
Wat de zaak nog erger maakt: de hypotheekrenteaftrek is beperkt tot dertig jaar. Dan houdt het belastingvoordeel dus op. Wassenaar rekent voor. “Wie een aflossingsvrije hypotheek van 200.000 euro heeft, 4 procent rente betaalt en dat tegen een tarief van 40 procent aftrekt van de belasting, heeft 400 euro maandlasten. Mijn ervaring is dat banken bij het ‘doorrollen’ van een hypotheek eisen dat er wordt afgelost, bijvoorbeeld in 20 jaar. Dan zijn de lasten opeens 8.000 euro rente, plus 10.000 euro aflossing per jaar. De maandlasten zijn dan 1.500 euro, een ruime verdrievoudiging. Als je inkomen ook nog daalt, omdat je met pensioen bent, heb je een probleem.”

Alsnog aflossen
De aflossingsvrije hypotheken moeten dus na dertig jaar wél worden afgelost, maar een bank wil tegenwoordig hooguit 4,5 keer je jaarinkomen financieren. Nog een voorbeeld: Wie als vijftiger 50.000 euro inkomen heeft, kan 247.000 euro hypotheek dragen. Na afloop van de hypotheek is die persoon met pensioen en is het recht op renteaftrek vervallen. De bank wil dan nog maar 116.000 euro uitlenen. Het verschil moet je in de tussentijd sparen, of aflossen, anders is de kans groot dat het huis moet worden verkocht.

Waarschuwing
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) waarschuwt banken en consumenten om nu al in actie te komen. Hoe eerder mensen ingrijpen, hoe langer de periode waarover zij de kosten kunnen uitsmeren. Maar niet alleen mensen zonder aflossingsvrije hypotheek kunnen een probleem hebben. Er zijn ook nog 200.000 beleggingshypotheken die beduidend minder vermogen opleveren dan beoogd, aldus de AFM.

 

Vond je dit artikel interessant ? Deel het dan of plaats het op je eigen blog of andere socialmedia kanalen.

Bron: Na 30 jaar loopt je aflossingsvrije hypotheek af. En dan? Dan heb je een probleem | Wel.nl

Basisinkomen – De utopie van gratis geld in 13 vragen en antwoorden ✅

Als je mensen zomaar geld geeft dan doen ze niks meer, denken we vaak. Maar in de afgelopen paar jaar is een revolutie in het denken over armoede, werk en welvaart op gang gekomen. Is het tijd voor een radicale hervorming van onze verzorgingsstaat?

Ik heb het natuurlijk over de groeiende populariteit van het basisinkomen. Het is een idee dat dwars door de oude scheidslijnen van links en rechts heen gaat. En het is een idee dat groot enthousiasme oproept, grote verontwaardiging en bovenal: grote vragen.

1. Wat is het basisinkomen?

Het basisinkomen is een individuele, onvoorwaardelijke toelage voor iedereen – arm of rijk, jong of oud, werkloos of overwerkt. Het zou genoeg moeten zijn om van te (over)leven en je mag helemaal zelf weten wat je ermee doet. De enige voorwaarde is, kort samengevat, dat je hart klopt. Het idee is in het verleden geopperd door linkse én rechtse denkers, van dominee Martin Luther King tot econoom Milton Friedman.

Let wel: het basisinkomen is niet hetzelfde als ‘het communisme’ – waarbij alles door iedereen wordt gedeeld. Het is slechts een vloer in de inkomensverdeling, waardoor niemand onder de armoedegrens leeft. Daarbovenop mag je onbeperkt geld verdienen.

Het basisinkomen is ook niet hetzelfde als de bijstand, omdat het onvoorwaardelijk is (er is bijvoorbeeld geen sollicitatieplicht) en universeel (ook mensen mét een baan hebben er recht op).

2.Waarom heeft iedereen het ineens over het basisinkomen?

In de afgelopen drie jaar is de aandacht voor het basisinkomen geëxplodeerd. Bekijk alleen al deze grafiek van Google Trends:

De duidelijkste aanleiding voor al deze aandacht was het referendum in Zwitserland, dat op 5 juni 2016 plaatsvond. Slechts een paar honderd Zwitsers wisten vijf jaar eerder wat het basisinkomen is – en dat is nu heel anders. (Dit neemt overigens niet weg dat een flinke meerderheid van de Zwitsers tegen het basisinkomen stemde.)

Internationaal leverde het Zwitserse referendum veel aandacht op, ook omdat het gepaard ging met een groeiende zorg over de opkomst van robots. Volgens sommige economen worden steeds meer banen geautomatiseerd en blijft er minder werk over voor mensen. Maar hoe komen we dan nog aan ons geld? Het basisinkomen ligt voor de hand.

Inmiddels weten ook miljoenen Nederlanders wat het basisinkomen is. Het opvallendste is dat de interesse vooral van onderop is gekomen. Terwijl Hilversum en Den Haag relatief weinig aandacht besteedden aan het idee,kwam er lokaal een beweging op gang voor experimenten.

3.Wie zijn de voorstanders van het basisinkomen?

In zijn beroemde boek Utopia (1516 ) hintte de filosoof Thomas More er voor het eerst op. ‘Geen straf op aarde zal de mensen laten stoppen met stelen, als het hun enige manier om voedsel ter verkrijgen is,’ zegt een van de personages in dit boek. ‘Het zou veel beter zijn om iedereen te voorzien van middelen van bestaan.’

Sindsdien zijn er heel wat denkers geweest, van links tot rechts, die voor het basisinkomen hebben gepleit. Denk aan de Amerikaanse vrijdenker Thomas Paine (1737-1809) of aan de Britse filosoof Bertrand Russell (1872-1970). Ook de vrijheidsstrijder Martin Luther King was voor, net als de neoliberale econoom Milton Friedman. Ter rechterzijde wordt er voor het basisinkomen gepleit omdat het – in tegenstelling tot de huidige sociale zekerheid – met geen enkele betutteling van de staat gepaard gaat. Ter linkerzijde spreekt het basisinkomen aan omdat het de meest directe manier is om de armoede uit te roeien.

Ik denk dat het oude idee van Thomas More uiteindelijk het beste past in de traditie van het anarchisme. Dit is een enigszins vergeten ideologie die ervan uitgaat dat de meeste mensen creatief zijn en zélf het beste weten wat ze met hun leven moeten doen. Maar, zegt de anarchist, dan moeten ze wel de middelen hebben om zich te ontplooien: een basisinkomen.

4.Welke experimenten zijn er uitgevoerd met het basisinkomen?

Er is geen enkel land, in de hele geschiedenis, dat een universeel basisinkomen heeft ingevoerd. Dat neemt niet weg dat er een reeks van interessante experimenten is uitgevoerd met ‘gratis geld.’ Het bekendste experiment vond in de jaren zeventig plaats in het dorpje Dauphin in Canada. In dezelfde periode was er ook een aantal grote experimenten in de VS. Uit beide onderzoeken bleek dat mensen níet minder gaan werken als ze een basisinkomen krijgen, dat hun gezondheid erop vooruitgaat en de schoolprestaties verbeteren.

Een ander experiment, dat in de jaren negentig onder de Eastern Band of Cherokee Indians in North Carolina van start ging, bevestigt dit beeld. Sterker nog, hier bleek dat de besparingen van het basisinkomen (in termen van lagere zorgkosten en minder criminalite it) groter waren dan de kosten. Het recentste experiment vond een paar jaar geleden plaats in twintig dorpen in India. De onderzoekers ontdekten dat het basisinkomen de voeding, schoolresultaten en het ondernemerschap flink bevorderde.

Verder zijn er in de afgelopen decennia steeds meer overheden en organisaties gaan experimenteren met onvoorwaardelijke cash transfers in armere landen. GiveDirectly (de naam zegt het al) is een voorbeeld van zo’n organisatie. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat hun aanpak erg effectief is: het is vaak het beste om arme mensen gewoon geld te geven, omdat ze zelf het beste weten wat goed voor hen is.

5.Welke experimenten met het basisinkomen komen eraan?

Eigenlijk weten we nog niet genoeg over het basisinkomen. Er is veel bewijsmateriaal dat laat zien dat het zou kunnen werken, maar de beste experimenten stammen alweer uit de jaren zeventig. Sindsdien is de wereld nogal veranderd en heeft ook de sociale wetenschap haar methoden verfijnd.

Het goede nieuws: we leven in een gouden tijd van nieuwe basisinkomenexperimenten. In 2017 gaat een groot onderzoek in Finland van start. De organisatie GiveDirectly heeft een enorm experiment (dat wel tien jaar moet gaan duren) in Kenia aangekondigd. Verder heeft de Canadese provincie Ontario een fors budget vrijgemaakt voor een experiment en willen verschillende Nederlandse gemeenten (waaronder Utrecht, Tilburg, Groningen, Nijmegen en Wageningen) met een regelluwe bijstand experimenteren.

6.Wat hebben we aan al die experimenten met het basisinkomen?

Eigenlijk moet je het zo zien: hét basisinkomen bestaat niet. Het is bovenal een denkrichting. Er zijn veel verschillende varianten van het idee. Vooral als het om de financiering gaat (met welke belasting zou de overheid het dekken?) zijn er nogal wat keuzes te maken.

Maar dat neemt niet weg dat je kunt experimenteren met de drie basiseigenschappen van het basisinkomen: individueel, universeel en onvoorwaardelijk. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als we onze sociale zekerheid onvoorwaardelijker maken? Of nog simpeler gezegd: wat doen mensen als ze ‘gratis geld’ krijgen? We weten inmiddels al heel wat over het effect van cash transfers in armere landen, maar wetenschappers zitten nog vol met vragen.

Dat neemt niet weg dat sommige denkers, de filosoof Philippe Van Parijs bijvoorbeeld, sceptisch zijn over wat we kunnen leren van al die experimenten. Hij denkt bijvoorbeeld dat de onderzoeken nooit groot genoeg kunnen zijn om te ontdekken wat het basisinkomen voor een heel land zou betekenen.

7.Wat is het belangrijkste bezwaar tegen het basisinkomen?

Uiteindelijk is het grootste bezwaar in een paar woorden samen te vatten: je moet werken voor je geld. Alleen wie niet kán werken, omdat hij invalide is bijvoorbeeld, zou recht hebben op ondersteuning. Dat wil zeggen: het belangrijkste bezwaar is niet technisch of wetenschappelijk van aard, maar door en door moreel. Veel mensen vinden het hele idee van ‘gratis geld’ gewoon onrechtvaardig.

De voorstanders van het basisinkomen brengen hier twee argumenten tegen in:

  1. Niet al het werk is betaald. Er is veel onbetaald werk dat ook erg nuttig is (denk aan mantelzorg) en veel betaald werk dat niet zo nuttig is (denk aan de flitshandelaar op Wall Street).
  2. Het basisinkomen is geen kwestie van solidariteit, maar een gift uit het verleden. Want bedenk: het grootste deel van onze welvaart danken we niet aan onze eigen inspanningen, maar aan de technologie, de instituties, de gebouwen, de normen en waarden en al die andere rijkdom die we van onze voorouders hebben gekregen. Het basisinkomen helpt om deze gift eerlijker te verdelen, zo betoogt een van de belangrijkste verdedigers van het idee, de filosoof Philippe Van Parijs

8.Wat is het belangrijkste argument voor het basisinkomen?

Ten diepste gaat het basisinkomen over vrijheid. Vrijheid om zelf te kiezen wat je van je leven wilt maken. In Nederland hebben we de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging – en dat zijn mijlpalen van beschaving. Maar de vrijheid om ‘nee’ te zeggen tegen een baan waar je niet in gelooft – die is er nog niet. Veel mensen zitten vast in wat de Amerikaanse antropoloog David Graeber ‘bullshit jobs’ noemt: banen die degenen die ze hebben zélf overbodig vinden. Of zelfs schadelijk.

We hebben het hier niet over een randverschijnsel. Een recente peiling wees uit dat maar liefst 37 procent van de Engelsen zijn werk betekenisloos vindt. Stel je voor, zegt de voorstander van het basisinkomen, welke welvaart en innovatie we missen doordat talloze mensen gedwongen zijn om werk te doen dat ze eigenlijk nutteloos vinden.

Brian Eno, de beroemde Britse muziekproducent, legt in dit filmpje prachtig uit hoe het basisinkomen kan helpen om mensen te laten opbloeien (je kunt de Engelse ondertiteling aanzetten).

9.Wat zou het basisinkomen kosten?

Het is onmogelijk die vraag in een paar zinnen te beantwoorden. Er zijn immers talloze manieren om een universeel basisinkomen te financieren. Je kunt de inkomstenbelasting verhogen, een hele reeks aan aftrekposten afschaffen, op een grotere vermogensbelasting inzetten, delen van de huidige sociale zekerheid afschaffen – en noem maar op.

Linkse mensen zullen een financiering voorstellen die de ongelijkheid verkleint, terwijl rechtse mensen vaak voorstander zijn van een klein basisinkomen (in plaats van alle uitkeringen en toeslagen). Ook hier blijkt: hét basisinkomen bestaat niet.

Maar één ding is cruciaal: we moeten onderscheid maken tussen de netto en bruto kosten van het basisinkomen. Als de overheid – laten we zeggen – 10 miljoen mensen 10.000 euro per jaar geeft, dan zijn de bruto kosten natuurlijk astronomisch. Om precies te zijn: 100 miljard euro. Maar bedenk: veel mensen zullen een basisinkomen krijgen én evenveel aan belasting betalen om het te financieren. Het nettoeffect voor hen is dan nul. Hun koopkracht zal niet stijgen en ook niet dalen.

Als we willen weten wat het basisinkomen echt kost moeten we dus naar de nettokosten kijken. De vraag is dan: wie zal er aan het einde van de streep op vooruitgaan en wie erop achteruit? Hoeveel herverdeling zal er plaatsvinden?

Eén groep zal er in ieder geval op vooruit moeten gaan: alle mensen die nu nog onder de armoedegrens leven. In Nederland hebben we het dan over ongeveer 1,4 miljoen mensen.

Wat kost het om die armoede uit te roeien? Het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft het uitgerekend: 2,1 miljard euro per jaar. Dat is ongeveer 0,3 procent van ons nationale inkomen. Ter vergelijking: Nederland geeft jaarlijks 4 miljard uit aan sigaretten en 94 miljard aan de zorg. Het uitroeien van de armoede is, kortom, vrij goedkoop.

Bovenop die 2,1 miljard zullen waarschijnlijk nog extra kosten komen, zodat diegenen die nu net boven de armoedegrens zitten hun basisinkomen niet helemaal hoeven terug te betalen in extra belastingen. Hoe hoog die extra kosten zijn, hangt af van hoe ver je de ongelijkheid in Nederland wil terugdringen. Daar zullen links en rechts het natuurlijk over oneens zijn.

Het is in theorie zelfs mogelijk om het basisinkomen te financieren op een manier waarbij de totale ongelijkheid groter wordt! De mensen in de (lagere) middenklasse zullen dan betalen voor hun eigen basisinkomen, maar ook voor het basisinkomen van de armen én de rijken. Dit is de reden waarom sommige mensen ter linkerzijde (bijvoorbeeld bij de SP) tegen het basisinkomen zijn: ze vrezen dat het idee zal worden gekaapt door rechts.

Tot slot: als we alle kosten op een rijtje hebben, zouden we ook nog naar de baten van het basisinkomen moeten kijken. Het is natuurlijk lastig om deze precies te voorspellen, maar er zijn goede redenen om aan te nemen dat de baten groot zullen zijn. Misschien wel groter dan de kosten.

Neem alleen de armoede onder kinderen: in de VS worden de kosten van kinderarmoede (in termen van een duurdere zorg, meer criminaliteit, lagere productiviteit en lagere belastingopbrengsten) op 4 procent van het nationaal inkomen geschat. In Engeland is het 3 procent en in Nieuw-Zeeland 4,5 procent. Er is in Nederland geen vergelijkbaar onderzoek gedaan, maar stel, we zetten de kosten van kinderarmoede in Nederland heel conservatief op 1 procent van het bbp. Dat is alsnog 6 miljard euro per jaar: drie keer zoveel als het uitroeien van de armoede hier zou kosten.

10.We hebben toch al een verzorgingsstaat? Wat is daar mis mee?

Laat er geen misverstand over bestaan: landen als Nederland en België hebben een indrukwekkende verzorgingsstaat die in veel opzichten goed werkt. Dankzij ons sociale vangnet leven veel minder mensen in armoede. En als de economie in een recessie belandt, helpt de verzorgingsstaat haar te stabiliseren.

Toch zijn er veel aanwijzingen dat het huidige systeem, dat erop gericht is mensen zo snel mogelijk aan een betaalde baan te helpen, aan het einde van zijn Latijn is. De overheid zet in op allerlei prikkels, van verplichte sollicitaties tot tegenprestaties, van LinkedIn-cursussen tot boetes, en keer op keer blijkt dat deze instrumenten weinig succesvol zijn in het terugbrengen van de werkloosheid. Sommige cursussen van het UWV verlengen de werkloosheid zelfs.

Het is om precies deze reden dat steeds meer gemeenten, zoals Utrecht, Wageningen en Nijmegen, willen experimenteren met het basisinkomen.

11.Zullen arme mensen hun basisinkomen niet verspillen aan drugs of drank?

De cijfers zijn hard: arme mensen roken meer, sporten minder, drinken meer, voeden slechter op en eten vaker bij de McDonald’s. Maar dit betekent niet dat ze ook dom of onverantwoordelijk zijn. Integendeel, uit recent psychologisch en economisch onderzoek blijkt dat armen in een context leven waarin iedereen onverstandige beslissingen zou nemen.

‘Als je de armen wilt begrijpen, moet je je voorstellen dat je met je gedachten elders bent,’ schrijven de onderzoekers Eldar Shafir en Sendhil Mullainathan bijvoorbeeld. ‘Het kost veel moeite om jezelf in de hand te houden. Je bent afwezig en raakt snel van streek. En dat elke dag.’ Uit het onderzoek van deze wetenschappers blijkt dat armoede je zo’n 13 punten aan IQ kost. Dat is vergelijkbaar met de effecten van alcoholisme, of een nacht niet slapen.

Het goede nieuws: een basisinkomen kan deze effecten tenietdoen. Onderzoekers van de Wereldbank rapporteerden een tijdje geleden in een groot onderzoek naar cash transfers dat in 82 procent van de onderzochte gevallen (in Afrika, Latijns-Amerika en Azië) de alcohol- en tabaksconsumptie zelfs daalt als je armen gratis geld geeft.

Sterker nog, in Liberia onderzocht de econoom Chris Blattman wat er gebeurt als je 200 dollar geeft aan de minst verantwoordelijke armen die je maar kunt vinden: alcoholisten, drugsverslaafden en criminelen in sloppenwijken. Drie jaar later bleek dat ze hun geld hadden besteed aan voedsel, kleren, medicijnen en het opzetten van nieuwe bedrijfjes. ‘Als zelfs deze mannen hun gratis geld niet verspillen,’ schreef Blattman, ‘wie zou het dan nog wel doen?’

12.Zorgt het basisinkomen niet voor enorme inflatie?

Laat er geen misverstand over bestaan: als je het basisinkomen financiert door gewoon geld bij te drukken, dan krijg je inderdaad inflatie (geld wordt minder waard). Er zijn aardig wat prominente economen die voorstellen het zo te doen, juist omdat we op dit moment te weinig inflatie hebben! ‘Helikoptergeld’ noemde de beroemde econoom Milton Friedman deze aanpak.

Maar op de lange termijn kan het basisinkomen natuurlijk niet zo gefinancierd worden. Uiteindelijk moet het fiscaal gebeuren – met belastingen dus. Dat betekent dat niet iedereen meer geld zal hebben, maar dat het basisinkomen van de arme betaald wordt door de rijke meer belasting te laten afdragen. Massainflatie is op deze manier niet aan de orde, tenzij mensen in groten getale minder gaan werken. Uit de experimenten met het basisinkomen blijkt gelukkig dat mensen nauwelijks minder gaan werken. Bovendien wordt een kleine afname in het aantal betaalde werkuren doorgaans gecompenseerd met meer onbetaald werk.

Veel belangrijker is overigens het effect van het basisinkomen op de lonen. Mensen die nu slechtbetaald maar cruciaal werk doen – schoonmakers, leraren, verpleegsters – zullen met een basisinkomen meer onderhandelingsmacht hebben. Ze kunnen immers altijd terugvallen op hun basisinkomen: een universele stakingskas. Het zou goed kunnen dat deze mensen uiteindelijk meer gaan verdienen dan de mensen met bullshit jobs in bijvoorbeeld de financiële sector. En dat is precies de bedoeling.

Hoe het ook zij: het is moeilijk (zo niet onmogelijk) om de precieze effecten van het basisinkomen op de lonen of de inflatie te becijferen. Het lijkt dan ook verstandiger om stap voor stap te experimenteren dan om in één keer een totaal nieuw systeem in te voeren.

13.Als er al zo lang voor gepleit wordt, waarom is het basisinkomen dan nog niet ingevoerd?

Weinig mensen weten dat de Verenigde Staten aan het begin van de jaren zeventig op het punt stonden een basisinkomen in te voeren. In het revolutiejaar 1968 schreven vijf prominente economen een open brief aan het Congres. ‘Een rijk land als de Verenigde Staten moet iedereen de zekerheid van een basisinkomen geven,’ schreven ze in een artikel dat op de voorpagina van The New York Times verscheen. De brief werd door maar liefst 1.200 collega-economen ondertekend.

En ja hoor: in augustus van het jaar erop stelde president Richard Nixon een bescheiden basisinkomen voor. ‘De belangrijkste sociale wetgeving in de geschiedenis van onze natie,’ noemde hij het zelfs. Uit een inventarisatie van het Witte Huis bleek dat 90 procent van alle kranten enthousiast reageerde op het plan.

Het is een bijna vergeten stukje geschiedenis. Maar wie deze periode bestudeert, realiseert zich al snel dat het heel anders had kunnen lopen. Het scheelde een haar of de VS had een basisinkomen ingevoerd – en de kans is groot dat andere landen dan waren gevolgd. Uiteindelijk liep de discussie in de VS stuk op het belangrijkste bezwaar tegen het basisinkomen: je moet werken voor je geld. Wie gelooft dat het basisinkomen een idee is waar de tijd nu echt voor is gekomen, moet zich dan ook realiseren dat het begint met een andere definitie van ‘werk.’

En bedenk: iedere mijlpaal van beschaving – van de invoering van de democratie tot de afschaffing van de slavernij – leek eens een totaal onrealistische utopie. Natuurlijk, de Zwitsers wezen in juni 2016 het basisinkomen af in een landelijk referendum. Maar in 1959 zei een meerderheid van de Zwitserse mannen ook ‘nee’ tegen het stemrecht voor vrouwen. In 1971 volgde een tweede referendum en toen stemde een meerderheid voor.

Ik denk dat we het Zwitserse referendum dus niet moeten zien als het einde van de discussie over het basisinkomen, maar als het begin.

In dit filmpje leg ik uit waarom we onze definities van ‘werk’ en ‘welvaart’ radicaal moeten veranderen voordat we kunnen overstappen op het basisinkomen.
Vond je dit artikel interessant ? Deel het dan of plaats het op je eigen blog of andere socialmedia kanalen.

https://decorrespondent.nl/10065/basisinkomen-de-utopie-van-gratis-geld-in-13-vragen-en-antwoorden/3002414098860-36b6e0f6