Tagarchief: plato’s grot

Vlinders zijn vrij (0) – DE METAFOOR VAN HET FILMTHEATER

Vlinders zijn vrij is een boek geschreven door Stephen Davis. Hij verwoord in dit boek zijn kijk op onze werkelijkheid. voor de totale inhoudsopgave kijk op: Vlinder zijn vrij

toneel

Er is een hele radicale manier van denken voor nodig. Maar die is erg radicaal, die is erg moeilijk, omdat we er van uit gaan dat de wereld reeds „daarbuiten‟ is, ongeacht onze ervaring. Maar dat is niet zo. Kwantumfysica is daar heel duidelijk over.
Dr. Amit Goswami

VOORWOORD DEEL EEN

Je dient drie dingen begrijpen voordat we onze reis over de bergen beginnen…

EEN: Hoewel op dit boek een copyright rust, heb je hierbij toestemming om het te printen, te kopiëren, uit te lenen, weg te geven, aan te halen, kortom er mee te doen wat je wilt; behalve het boek geheel of gedeeltelijk te verkopen of er op welke manier dan ook geld aan te verdienen, of om iemand te helpen die er geld aan wil verdienen, hoe dan ook. Het is mijn overtuiging dat de informatie in dit boek ten allen tijde kosteloos beschikbaar moet zijn, voor iedereen die er kennis van wil nemen.

TWEE: Het schijnt dat veel verkenners bij terugkeer naar hun groep, moeilijk te verklaren zaken tegenkomen. Het is inderdaad niet eenvoudig om mensen wat ze niet direct ervaren hebben te laten begrijpen. Daarom zal ik nu en dan citaten uit andere bronnen weergeven. Deze citaten zijn, omdat een bekend persoon hetzelfde heeft gezegd, niet bedoeld om mijn gelijk te halen. Ze zijn toegevoegd om een lastig concept uit te diepen, om een andere kijk te geven in bewoordingen die anders dan de mijne, maar er wel mee in verband staan. Er zijn uitzonderingen, maar de citaten en referenties hebben voetnoten om je in staat te stellen deze bronnen zelf te raadplegen. Klik eenvoudig het voetnootnummer aan; dat zal je naar een actieve internetlink brengen. Via je internetbrowser kun je de internetlink volgen naar de brongegevens. Klik daarna het woord lezen in de eindnoten aan; het zal je naar de laatst gelezen tekst terugbrengen. Probeer het eens bij dit voetnootnummer.1 In de tekst zijn videolinks toegevoegd, om tijdens het lezen te bekijken. Klik daarvoor de gekleurde hyperlink aan. Bij enkele hoofdstukken zijn filmsuggesties toegevoegd. Die zijn niet informatief bedoeld, maar zitten dicht genoeg op het onderwerp, om interessant en aanvullend te zijn, én vermakelijk.

DRIE: Mensen leren het snelst, als ze iets nieuws met iets bekends kunnen vergelijken; vergelijkenderwijs dus.2

Als ik bijvoorbeeld over een nieuwe game wil vertellen met de naam Blat-Blop, dan heb je voordat je eraan wilt waarschijnlijk veel vragen en wil je meer weten. Maar ik kan Blat-Blop niet zomaar aan je uitleggen. De game verschilt totaal van alle andere. Dus wat te doen? Dus vertel ik je dat Blat-Blop zoiets is als voetbal, maar dan zonder bal en zonder doelpalen. Hiermee begin je al te begrijpen waar ik het over heb, hoe gek en onwaarschijnlijk het ook klinkt.

Je stelt je nu waarschijnlijk een groep mannen voor die in shirt en korte broek over een veld heen rennen, wat ze in Blat-Blop ook doen, maar je hebt nog geen idee hoe en waarom. Toen ik je zei dat Blat-Blop op voetbal lijkt, gebruikte ik een vergelijking, om met twee verschillende dingen een nieuwe betekenis te creëren. En dan is er de metafoor.

Een metafoor is een vorm van beeldspraak, om met het ene iets anders aan te duiden en dat dan te vergelijken. Shakespeare bijvoorbeeld zei „Heel de wereld is toneel,‟ en vergeleek als metafoor de hele wereld met een toneel. Een metafoor lijkt veel op een vergelijking, maar dan zonder vergelijkende woorden. We zouden Shakespeare‟s metafoor in een vergelijking kunnen gieten, door het woord zoals er aan toe te voegen: Heel de wereld is zoals toneel.

Aan de andere kant laat een analogie de overeenkomst tussen dingen die verschillend lijken zien; die lijkt daarmee veel op een uitgebreide metafoor of vergelijking. Maar een analogie is niet zomaar een wijze van spreken. Het kan ook een logisch argument zijn: als daarbij twee dingen op een bepaalde manier op elkaar lijken, dan lijken ze op een andere manier ook op elkaar. E

en analogie kan je inzicht geven, door een onbekend geval te vergelijken met een bekend geval. Dan is er ook nog de allegorie, een één-op-één vergelijking of vervanging van iets figuratiefs in literair opzicht. Deze heeft veel weg van een metafoor, maar allegorieën zijn doorgaans subtieler en diepzinniger van opzet, met complete boekwerken en kunst erin verwerkt.

Ik vertel dit alles om twee redenen. Ten eerste ben ik in mijn verklaringen als verkenner, bij moeilijk te omschrijven onderwerpen, gedwongen om vergelijkingen, metaforen en analogieën te gebruiken. Ik zou dan wensen dat er duidelijker bewoordingen waren voor mijn ontdekkingen, zonder al die vergelijkingen, maar die zijn er helaas niet.

Ten tweede heb ik een lichte hersenbeperking (gekke koeienziekte?). Ondanks inspanningen en ijverige studie, in de definities en differentiaties in de verschillen tussen metafoor en een analogie, kan ik nog steeds dat verschil niet zien. Weest daarom gewaarschuwd, zeker leraren Nederlands, dat ik die twee begrippen door elkaar kan halen. Elke mogelijk fout in die richting kan worden toegeschreven aan mijn persoonlijk zwakte op dit punt.

Maak u dan nu gereed voor vele metaforen en analogieën, welke dan ook. Zoals…

Vlinders zijn vrij – Introductie

Vlinders zijn vrij is een boek geschreven door Stephen Davis. Hij verwoord in dit boek zijn kijk op onze werkelijkheid. Een kijk die voor een groot gedeelte aansluit bij mijn eigen kijk op de werkelijkheid, de virtuele holografische realiteit. Omdat Stephen het op een zeer unieke wijze beschrijft wil ik jullie dit niet onthouden.   De komende tijd zal ik het complete boek op mijn blog publiceren.   Stephen heeft zijn boek vrijgegeven voor publicatie.   voor de totale inhoudsopgave kijk op: Vlinder zijn vrij

stuck-in-a-rut-295x300

INTRODUCTIE

Sweet freedom whispered in my ear You’re a butterfly And butterflies are free to fly Fly away, high away, bye bye
~ uit Someone saved my life tonight, muziek: Elton John, tekst: Bernie Taubin
Sjors had een probleem. Hoewel hij het aardig voor elkaar had, was Sjors ongelukkig. Er was iets wat hem dwars zat, vond zijn leven saai en eentonig, had een hekel aan zijn baan en zou waarschijnlijk gauw worden ontslagen vanwege de economische recessie. De relatie met zijn vrouw werd er niet beter op, zag geen kans meer om aansluiting bij zijn kinderen te vinden, had een leven dat bestond uit werken, eten, tv kijken en slapen, kon zijn echte vrienden op één vinger tellen, en zag geen kans om daarin iets te veranderen of te verbeteren. Maar dat was niet Sjors‟ grootste probleem. Hij maakte zich zorgen over zijn slaapwandelen. Op een nacht dat hij slaapwandelde, viel hij in een diepe kuil. Toen hij daarvan wakker werd, lag hij op de bodem met alleen zijn pyjama aan, en er was daar niets, behalve hij. Hij keek naar boven en zag de komende dageraad en een paar boomtakken die over de rand van de kuil heen staken. Het was voorjaar; de kilte hing nog in de lucht. Hij zag niemand, maar hoorde wel stemmen. Hij moest die kuil uit, maar de wanden waren stijl, glibberig en hoog en er was niets om mee omhoog te klimmen. Bij elke poging viel hij terug op de bodem, gefrustreerd. Hij begon om hulp te roepen. Plotseling verscheen het gezicht van een man; die keek op hem neer vanaf de opening. „Wat mankeert eraan?‟ vroeg de man. „Oh, gelukkig,‟ riep Sjors. „Ik zit hier opgesloten en kan er niet uit!‟ „Ik zal je helpen,‟ zei de man. „Hoe heet je?‟ „Sjors.‟ „Achternaam?‟ „Zimmerman.‟ „Met één of twee n‟s op het eind?‟ „Een.‟ „Ik ben zo terug.‟

Het gezicht verdween en Sjors vroeg zich af wat er zo belangrijk was aan de spelling van zijn naam, maar de man kwam terug. „Je hebt geluk Sjors! Ik ben miljonair en ik voel me gul vanmorgen.‟ De man liet een smal strookje papier uit zijn hand in het gat vallen; het zweefde langzaam naar beneden. Sjors ving het op en keek weer omhoog, maar de man was verdwenen. Sjors staarde naar het strookje. Het was een check van duizend Euro, op zijn naam. „Wel verdraaid! Waar moet ik dat hier aan uitgeven?‟ dacht hij. Hij vouwde het op en stak het in zijn pyjamazak. Hij een ander naderen. „Help me asjeblieft,‟ riep Sjors richting de opening. Er verscheen een tweede mannengezicht, met gevoel zo leek het. „Wat kan ik voor je doen mijn zoon?‟ Sjors zag het priesterboordje van de man. „Vader, help me uit deze kuil asjeblieft .‟ „Mijn zoon…‟ De stem was zacht en vriendelijk. „Ik heb een mis op te dragen over vijf minuten, dus kan je nu niet helpen. Maar we zullen vandaag voor je bidden.‟ Daarop haalde hij iets uit zijn zak. „Hier, dit zal je helpen‟ en hij liet een boek in de kuil vallen voordat hij wegging. Sjors raapte de Bijbel op, keek ernaar en probeerde te bedenken hoe deze hem zou helpen. Maar hij gaf het op en schoof het aan de kant. De volgende passant was een vrouw. Toen ze begreep wat Sjors wilde, haalde ze biologische groenten te voorschijn en vitamine- en kruidensupplementen. „Eet alleen deze,‟ zei ze. Sjors stapelde ze op, op de Bijbel. Er stopte een rondreizend arts die een paar flessen proefmedicijn doneerde; hij moest die deze week nog aan de man zien te brengen. Een advocaat kwam langs die adviseerde de stad aan te klagen, omdat er geen hek rond het gat was aangebracht. Die liet zijn businesskaartje achter. Een passerende politicus beloofde een wetsvoorstel in te dienen om slaapwandelaars beter te beschermen, als Sjors maar op hem stemde bij de komende verkiezingen, als hij eenmaal uit zijn kuil was gekomen. Sjors was er maar bij gaan zitten, een beetje rillerig door de kilte en begon de hoop te verliezen dat iemand hem nog zou helpen uit de kuil te komen. Hij voelde zich hulpeloos, eenzaam en angstig. Hij schoof de kruiden aan de kant, pakte een organische banaan en nam een hap. „Ik kan je helpen eruit te komen!‟ Hij hoorde een overtuigende, krachtige vrouwenstem. Hij twijfelde… Herkende hij die stem? Had hij haar op tv gezien? „Je hoeft alleen maar je negatieve gedachten op te geven, leer visualiseren en gebruik de wet van aantrekking.‟ „Maar dat doe ik al de hele tijd. Ik probeer iemand aan te trekken die me uit deze kuil haalt!‟ protesteerde Sjors. „Je doet het waarschijnlijk nog niet goed,‟ was het antwoord. Ze liet een dun schijfje vallen dat lande voor Sjors zijn voeten. Sjors riep: „maar… wacht!‟ Maar er was niemand meer om te antwoorden.

Hij pakte de dvd op, nog in de krimpfolie en bekeek het hoesje. The teachings of Abraham master course DVD program. „Je zou op zijn minst een dvd speler mee kunnen brengen,‟ zei hij in zichzelf en tegen niemand in het bijzonder. Na korte tijd kwam een Zen Boeddhist langs die in lotushouding naast de kuil ging zitten en die Sjors wel wilde leren hoe te mediteren. „Als je maar lang genoeg mediteert,‟ zei de Meester: „zul je je beter gaan voelen in je kuil. Wie weet zul je jezelf eens naar buiten kunnen leviteren over een paar levens.‟ Sjors zag zichzelf al voor eeuwig in de kuil zitten, toen hij weer een stem hoorde. „Kun je wat opzij gaan?‟ Sjors keek op. „Wat?‟ „Kun je een stukje opzij gaan, uit het midden van de kuil?‟ Sjors stond op en deed en stap achteruit. „Waarom?‟ wou hij vragen, toen een man in de kuil sprong en vlak voor Sjors neerkwam. „Ben je gek geworden?‟ riep Sjors toen de man overeind krabbelde en zich afklopte. „Nu zitten we samen in deze kuil. Had je niet een touw of een ladder kunnen aanreiken?‟ De man keek hem vriendelijk aan. „Die werken niet.‟ „Hoe weet je dat?‟ vroeg Sjors verwonderd. „Omdat ik dit eerder heb meegemaakt en de weg naar buiten weet.‟
* * *
Ik neem aan dat je ook hulp zoekt, anders zou je dit boek niet lezen. En dat er iets mis is met je leven dat je wilt veranderen. Daarom ben ik bij je in jouw kuil gesprongen; niet omdat ik daar behoefte aan heb of me verplicht voel te helpen. Anderen helpen kan namelijk een valkuil zijn waar je in gevangen kunt raken. Ook heb ik niet de ambitie een leraar te worden – niet van jou, noch van anderen – of een goeroe, mentor, of coach, of iemand die pretendeert alle antwoorden te weten. Zie me als je wilt als een soort scout, een verkenner, die de taak heeft vooruit te gaan om een weg over de bergen te vinden, een pad dat ook anderen kunnen volgen, dat veilig en begaanbaar is. Ik ben niet de enige verkenner en beweer ook niet het uiteindelijke doel gevonden te hebben. Maar ik ben de enige die deze weg heeft genomen, die effectief en veilig genoeg is om door te vertellen. Ik heb op mijn reis radicale gebieden verkend en een hoop gegevens verzameld, over paden die werken en paden die niet werken, waar anderen iets aan hebben. Dat is de reden van dit boek, om informatie door te geven. En er zijn anderen – niet veel, slechts enkele – die gaan waar ik ben gegaan. Misschien ben je een van hen. Je hebt me ingehuurd als scout (of je dit beseft of niet), maar één ding moet je weten: het maakt me niet uit wat je van dit boek vindt of wat je ermee doet. Neem het of verwerp het. Mijn enige taak, én genoegen, is om aan je door te geven wat ik ben tegengekomen. Dus spring ik bij je in je kuil, omdat het me vreugde geeft en omdat het in overeenstemming is met wat het universum op dit moment voor me in petto heeft.

Maar misschien wil je mij niet in jouw kuil. Denk hier goed over na. Als je blijft lezen, komt er een moment waarop er geen weg terug is. Het is, om metaforen te gebruiken, als het beklimmen van de Mt. Everest. Het kan een moeilijke tocht worden, fysiek en emotioneel en het duurt even. Zoals gezegd, ik ben nog niet aan de top, maar die komt in zicht. Ik ben al even onderweg, maar voel nu al meer waardering, vreugde, vrede, en sereniteit dan ik voor mogelijk had gehouden. Ik ben er zeker van – en bevestigt door verslagen van andere verkenners – dat de aankomst op aan top absoluut de moeite zal zijn. Ik weet niet of je de hele tocht wilt afmaken. Ik zal je laten weten als we dat punt naderen, het punt waarna je alleen nog maar door kunt gaan en niet meer terug. Maar je kunt ook beslissen je kuil helemaal niet te verlaten. Als dat zo is, hou dan nú op met lezen. Er is niets mis met blijven waar je bent. Je zult genoeg geld, organisch voedsel, een boek, een dvd en kruiden hebben om je bezig te houden en je te vermaken. De keus is aan jou.

De werkelijke werkelijkheid – plato’s grot

PLATO’S GROT

wp510a67e7

Er is een beroemd verhaal met de naam Plato‟s grot, uiteraard geschreven door Plato. Het is een denkbeeldige conversatie tussen Plato‟s leraar Socrates en Plato‟s broer Glaucon en in essentie gaat die als volgt…

Socrates vraagt Glaucon zich een grot voor te stellen met gevangenen, in onbeweeglijke ketenen sinds hun jeugd. Niet alleen werden armen en benen op hun plaats gehouden, ook hun hoofden zaten vast, zodat ze alleen de tegenover liggende wand konden zien.

Achter de gevangenen is een groot vuur en tussen het vuur en de ruggen van de gevangenen bevind zich een wandelpad. Over dat wandelpad lopen mensen met vee, dus tussen het vuur en de ruggen van de gevangenen, en dat vuur werpt schaduwen op de wand voor de gevangenen. De gevangenen zien alleen die schaduwen maar weten niet dat het slechts schaduwen zijn. Er komen ook echo‟s vanaf de wand, door de geluiden op het wandelpad. De gevangenen horen alleen de echo‟s, maar weten niet dat het echo‟s zijn.

Lees verder De werkelijke werkelijkheid – plato’s grot